Politiechef Oscar Dros: ‘Wie het weet, mag het zeggen’

De Nationale Politie zit middenin een grote reorganisatie. Ongeveer 25 kleinere politiekorpsen werden samengevoegd tot tien eenheden, die onder één grote politieorganisatie vallen. Oscar Dros, oud-korpschef van het korps Groningen, is sinds 2013 chef van de eenheid Noord. ‘Mijn rol is veranderd’, zegt hij. ‘Ik heb nu een baas. Maar er moet altijd ruimte blijven voor eigen creativiteit. Binnen mijn eenheid wil ik iedereen dan ook eigen verantwoordelijkheid geven.’

Op 1 januari 2013 was de Nationale Politie een feit. De 4500 noordelijke politieagenten vallen onder de leiding van eenheid chef Oscar Dros. ‘Ruim twee jaar geleden stond de nieuwe politiewet dan wel op papier, maar we moesten er nog invulling aan geven’, zegt Dros. ‘In totaal staat er nu een organisatie met 65.000 politiemedewerkers. Het is echt een enorme klus. Misschien wel de grootste overheidsreorganisatie ooit. En we zijn ook zeker nog niet klaar. Als Nationale Politie hebben we onszelf vijf jaar gegeven om de organisatie goed neer te zetten.’

Wat volgens Dros bijzonder is, is dat ondertussen de winkel open blijft. ‘Je kunt er als politie niet even tussenuit’, zegt hij. ‘Terwijl we personeel moeten herplaatsen en procedures op elkaar moeten afstemmen, moeten we zorgen voor resultaten op onze kerntaken. Gelukkig blijven die resultaten goed. In sommige gevallen zien we zelfs dat misdaadcijfers dalen. We beginnen de voordelen van het “één eenheid zijn” te benutten.’

‘Ja, ik zou graag willen dat we de reorganisatie sneller achter de rug hebben. Het brengt een lange periode van onzekerheid met zich mee. Deze operatie is groot en veelomvattend en dat kostte moeite. We hebben nu wel de vaart te pakken. We hopen dat al ons personeel binnen een jaar duidelijkheid heeft over waar ze komen te werken.’ Dros houdt zich als chef nadrukkelijk bezig met de reorganisatie. ‘Ik denk dat ik de helft van mijn tijd besteed aan het dagelijkse politiewerk en de rest van mijn tijd bezig ben met de reorganisatie. Ik durf ook wel te stellen dat ik nog nooit zo hard heb gewerkt als nu. Ik ben blij dat ik veel ervaring heb als korpschef. Ook heb ik al meerdere reorganisaties moeten leiden. Die ervaring kan ik nu goed gebruiken.’

Veel efficiënter
Voordeel is dat in het Noorden al nadrukkelijk werd samengewerkt binnen de noordelijke meldkamer en op het gebied van personeelsbeleid. ‘Dat was belangrijk voor de cultuur. Mensen konden alvast aan elkaar wennen. Of er een machocultuur heerst? Zoals men vaak van de politie zegt? Dat is niet het goede woord. Als agent moet je kunnen doorpakken en af en toe je tanden kunnen laten zien. Vriendelijk als het mag, streng als het moet.’

De reorganisatie van de politie moet er toe leiden dat elke eenheid straks dezelfde dienstverlening biedt aan de burgers. ‘De korpsen waren tot 2013 autonoom. Overal was de dienstverlening anders, bijvoorbeeld op het gebied van hoe je aangifte moest doen. Er lag geen ratio onder en dat verandert nu. Je kunt overal telefonisch aangifte doen en er zijn regels over hoeveel tijd we als politie hebben om daar op te reageren. Werkzaamheden zijn beter op elkaar afgestemd. Is er thuis bij je ingebroken, dan komen er agenten langs die zowel het sporenonderzoek uitvoeren als de aangifte doornemen. Standaardisatie en harmonisatie was overigens niet het doel van de reorganisatie. We wilden de organisatie verbeteren. De organisatie is nu veel efficiënter.’

De rol van Dros is veranderd. De tien politiechefs vallen onder één grote baas. Bovendien streeft het korps nu naar eensluidende procedures. ‘Maar er moet ruimte blijven voor eigen creativiteit’, vindt Dros. ‘Politiemensen moeten zelf kunnen beoordelen. Ik vind sowieso dat ideeën van de werkvloer moeten komen. Ik ben heel erg bezig met “leiderschap in de nieuwe tijd”. Werknemers moeten met oplossingen komen. Dat geeft meer ruimte aan de professional. Ik hanteer het motto: “Wie het weet, mag het zeggen”. En natuurlijk is het mijn taak om alles te kanaliseren.’

Koersvast
Dros kenmerkt zijn managementstijl als ruimte gevend, maar koersvast. Zeker naar de buitenkant. ‘Ik ben scherp op resultaat, maar kan wel ruimte geven om dat resultaat te bereiken. Daarnaast wil ik dicht bij mijn mensen op de werkvloer staan, ook al is dat soms lastig met zo’n grote eenheid. Ik ben wapendragend, draai diensten mee en doe dat graag. Ik volg dus ook dezelfde trainingen als alle andere agenten. Dat is een mooie manier om collega’s te ontmoeten. En geloof me, die gasten willen niets liever dan hun baas in de dojo op z’n rug te gooien.’

‘Mijn zwakke punten?’, herhaalt hij de vraag. ‘Ik ben soms iets té ongeduldig en vasthoudend. Dan wil ik net iets teveel. Maar ik neem wel altijd oprecht de verantwoordelijkheid voor de dingen die gebeuren. Ik draag de offers. Dat komt uit mijn drive voort.’ Diezelfde drive zorgde ervoor dat Dros na de Facebookrellen in Haren en het vernietigende rapport van de commissie-Cohen “bleef zitten”. ‘Ook al vonden veel mensen dat ik moest opstappen’, bekent Dros. ‘Never waiste a good crisis. Ik heb ervoor gekozen om maximaal te leren van de fouten die gemaakt zijn. Het was zeker een heel moeilijke periode. Ons imago stond op het spel. Maar we hebben de ervaringen maximaal benut en zouden het in een nieuwe situatie veel beter doen. Spijt van aanblijven? Nee, dat heb ik nooit gehad.’

Werkendewijs bijstellen
Project X was één van de gebeurtenissen die veel indruk hebben gemaakt op Dros. Dat geldt ook voor de IRT-affaire, waarbij Dros nog actief was als rechercheur. De moord op politieagent Dick Haveman komt echter als eerste bovendrijven als heftigste moment in zijn carrière. ‘Dat was buitengewoon tragisch’, zegt hij geëmotioneerd. ‘Ik kende Dick best heel goed. We hadden in hardlopen een gezamenlijke passie. Nog steeds heb ik veel contact met zijn vrouw.’ Dros vond het indrukwekkend hoe het politiekorps rouw en verdriet toonde aan de samenleving. ‘Dick is gesneuveld voor de goede zaak. Je zag bij zijn herdenking de verbinding van de agenten. Jongens uit Rotterdam kwamen uit zichzelf naar Groningen om diensten over te nemen. Nee, “Baflo” heeft ontzettend veel indruk op me gemaakt. En nog steeds. Want na vier jaar is de rechtszaak nog niet afgelopen.’

Tot slot kijkt Dros nog naar de toekomst van het politiekorps. ‘Nogmaals: binnen een jaar moet er helderheid zijn voor het personeel. Maar om alle zaken op orde te krijgen, hebben we onszelf vijf jaar gegeven. Werkendewijs moeten we bijstellen. Er zijn nieuwe ontwikkelingen in de samenleving. Cybercrime speelt steeds meer een grote rol. We moeten er snel op anticiperen. Dat maakt het werk overigens boeiend.’ En hoe ziet Dros zijn eigen rol? ‘Ik heb nog geen plannen voor wat ik ga doen als de reorganisatie is afgerond. Het zou kunnen dat ik hier blijf. Ik ben wel nieuwsgierig naar andere branches, maar ben nooit in de verleiding gekomen om ander werk te gaan doen. Dit werk is heel boeiend en zolang ik passie heb wil ik hier blijven. Als ik al een switch zou maken, dan moet ik wel werken in een domein met maatschappelijke relevantie. Commercie is niets voor mij. Maar ik sluit absoluut niet uit dat ik tot het einde van mijn carrière bij de politie blijf werken.’

Geef een reactie