Floor Oostra: ‘Hoe meer bereik, hoe beter. De oorlog mag niet worden vergeten’

Na een aantal jaren bij het Groninger Museum te hebben gewerkt, begon Floor Oostra bijna een jaar geleden aan een nieuwe uitdaging. Ze ging aan de slag bij het Herinneringscentrum Kamp Westerbork. ‘Een hele dynamische werkplek voor een marketing- en communicatieprofessional’, zo zegt ze zelf. ‘Hoe langer geleden de oorlog is, hoe harder je je best moet doen om het verhaal over te brengen op nieuwe generaties.’

Wat doe je precies bij het Herinneringscentrum Kamp Westerbork?
‘We zijn als stichting niet zo’n hele grote organisatie, dus ik ben verantwoordelijk voor vrijwel alle marketing-, communicatie- en PR-activiteiten van het centrum. Dat varieert van brochures en uitingen naar bezoekers tot het beheer van de website en het schrijven van teksten voor onze digitale nieuwsbrief en sociale media. Maar ook zaken als het onderhouden van lijntjes met bijvoorbeeld de Uitagenda en andere toeristische marketingorganisaties. Dat zijn dus best wat balletjes die ik in de lucht moet houden. Gelukkig heb ik in veel gevallen hulp van onze directeur Dirk Mulder en conservator Guido Abuys. Zij beschikken over veel kennis over het kamp en zijn dus de aangewezen personen voor de teksten bij bijvoorbeeld tentoonstellingen en de contacten met de media. Ik sta de pers natuurlijk wel te woord, maar voor quotes verwijs ik ze door naar Dirk. Die is immers al jarenlang hét gezicht van het Herinneringscentrum.’

Wat vind je leuk aan je werk voor het Herinneringscentrum?
‘Waar ik in eerdere functies een strak omlijnd takenpakket had, komen er bij het Herinneringscentrum heel uiteenlopende zaken op mijn pad. En dat vind ik nu juist zo leuk aan mijn werk hier. Daarnaast neemt Kamp Westerbork in de museumwereld een heel unieke positie in en verandert er de komende jaren erg veel op het kampterrein en in het museum. Die combinatie van factoren maakt het een hele dynamische werkplek voor een marketing- en communicatieprofessional.’

Als bezoeker van het Herinneringscentrum Kamp Westerbork kom je in aanraking met de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog. Het lijkt me niet gemakkelijk om dat op een gepaste manier onder de aandacht te brengen…
‘De onderwerpen die we hier behandelen hebben een zware lading en zijn over het algemeen niet “leuk”. Maar we willen wel dat zoveel mogelijk mensen er kennis van nemen. Daar moet je je communicatie dus op aanpassen. Veel van onze activiteiten, zoals het voorlezen van alle 102.000 namen van de Nederlandse holocaustslachtoffers afgelopen januari, worden breed gedragen in het hele land en leveren dus ook veel publiciteit op. Daarnaast is er geen enkele andere instelling in Nederland die doet wat wij doen, dus we fungeren ook als kenniscentrum voor journalisten met vragen over de oorlog of de deportatie.’

Maakt de aard van jullie boodschap het gebruik van sociale media – voor veel organisaties tegenwoordig belangrijke marketing- en communicatietools – niet erg lastig?
‘Dat is soms inderdaad best ingewikkeld. Op Facebook bijvoorbeeld zul je als weldenkend mens een artikel over de deportaties tijdens de Tweede Wereldoorlog natuurlijk niet snel “liken”. Maar dat betekent niet dat het Herinnneringscentrum niets kan doen met nieuwe media. Voordat ik hier een jaar geleden aan de slag ging, was het Herinneringscentrum nog behoorlijk terughoudend wat betreft social media. Ik probeer er nu op gepaste wijze gebruik van te maken en dat lukt vooralsnog gelukkig goed. Het aantal likes voor onze pagina is in elk geval verdubbeld. En hoe meer bereik hoe beter, want uiteindelijk gaat het erom dat het verhaal van de oorlog en de rol van Westerbork daarin niet mag worden vergeten.’

Betekent dat dat het Herinneringscentrum en die boodschap ook met de tijd meegroeien?
‘Jazeker en dat is ook heel erg belangrijk. Jongeren van nu kijken misschien anders tegen de oorlog aan dan de generaties daarvoor. Waar ik zelf bijvoorbeeld nog uit eerste hand verhalen meekreeg van mijn opa’s en oma’s, kennen kinderen van nu vaak niemand meer die de oorlog nog echt heeft meegemaakt. En ook in de bossen van Hooghalen is tegenwoordig nog maar weinig over wat eens Kamp Westerbork was. Momenteel wordt daarom hard gewerkt aan de beleving van deze historische plek. Zo proberen we de zichtbaarheid van originele sporen van het kamp sterk te verbeteren en worden authentieke elementen, zoals barakdelen en historische wagons geplaatst. Daarnaast is er onlangs een glazen overkapping over de commandantswoning gezet; daarmee hebben we “de grootste museumvitrine van Nederland”. Inmiddels is een aantal projecten al afgerond en je ziet dat het verhaal veel beter bij bezoekers doordringt als je kunt laten zien waar het zich afspeelde.’

Geef een reactie