Siebrand Dijkstra is met AppMachine wereldspeler geworden

Siebrand Dijkstra kun je zonder veel overdrijving best de noordelijke Bill Gates of Steve Jobs noemen. Er zijn weinig ondernemers in de online sector met een bedrijf dat het hoofdkantoor heeft in Noord-Nederland, en nevenvestigingen in Duitsland, Brazilië en de Verenigde Staten. Zijn product – software waarmee gebruikers bijna gratis hun eigen app kunnen bouwen – staat op het punt de wereld van de app-industrie compleet te veranderen.

Onlangs werd bekend dat Siebrand Dijkstra 40 procent van de aandelen van zijn nu nog in Heerenveen gevestigde bedrijf AppMachine voor 14 miljoen euro heeft verkocht aan het Amerikaanse bedrijf Endurance, een bedrijf met vier miljoen klanten. Voorlopig blijft Dijkstra de baas van AppMachine, en kan het bedrijf zich onder zijn leiding verder ontwikkelen.

Het zou zomaar kunnen dat de software van AppMachine een van de best lopende Friese exportproducten zal worden. De apps van AppMachine zijn namelijk een stuk goedkoper dan apps die je als bedrijf speciaal moet laten bouwen. Met AppMachine kan iedereen namelijk in korte tijd zelf een app samenstellen. Dat betekent een revolutie in deze sector, want tot nu toe was een app voor kleinere bedrijven bijna onbetaalbaar: het gaat om prijzen van tien- tot twintigduizend euro.

Maar AppMachine gaat die wereld compleet veranderen, en is daar al flink mee bezig. Het Friese bedrijf is actief over de hele wereld en heeft kantoren in Duitsland (Hamburg), Brazilië en in de Verenigde Staten, in San Francisco en Boston. Dat betekent dat Siebrand Dijkstra vaak tot diep in de nacht zit te vergaderen met medewerkers elders op de aardbol. Onder de mensen die nu al een app van AppMachine gemaakt hebben, behoort ook de wereldberoemde Nederlandse DJ Armin van Buuren. De software van AppMachine werd in februari 2013 gepresenteerd tijdens het Mobile World Congres in Barcelona, en begin maart van dit jaar was Dijkstra in Texas om zijn allernieuwste software te presenteren.

Gepimpte webpagina

Dankzij die nieuwste software is het niet meer nodig om een app op maat te maken voor de Apple App Store of de Google Play Store voor Android. De allernieuwste apps van AppMachine zijn webapps, dat zijn apps die op een website met een url beschikbaar zijn. Het product ziet er echter volledig uit als een ‘gewone’ app en heeft dezelfde functies en mogelijkheden, maar het is in feite een gepimpte webpagina, waarmee Siebrand de app-bouwwereld voorgoed zal veranderen.

Maar wie is deze Friese zakenman, die tot voor kort vooral bekendheid genoot in de online wereld? Entrepreneur zocht de ondernemer op in zijn kantoor aan de Abe Lenstra Boulevard in Heerenveen. Daar is zijn bedrijf nu nog gevestigd, maar over enige tijd verhuist hij naar Leeuwarden, de stad waar Dijkstra werd geboren en waar het allemaal begon.

Het is voor een journalist overigens vrij eenvoudig om Siebrand Dijkstra te interviewen: hij praat vol enthousiasme en gedrevenheid over zijn vak, zijn passie en ondernemerschap. En het is ook geen enkel probleem om enkele mooie uitspraken te noteren. Zoals: ‘Ik heb een passie om mooie software te maken, en niet om geld te verdienen.’ Of: ‘Ik ben altijd bezig geweest om mooie programma’s te maken. Mooi is voor mij een werkwoord.’ Of: ‘Ik ben veroordeeld om ondernemer te zijn: ik kan niet voor een andere ondernemer werken.’ En: ‘Op een gegeven moment dacht ik dat ik Midas was: ik dacht dat alles wat ik aanraakte in goud zou veranderen.’

‘Het is niet dwaas om een risico te nemen’

Wie is dus deze Leeuwarder? Laten we maar even bij het begin beginnen… Zo is het ondernemen Dijkstra met de paplepel ingegoten. ‘Dat ik ondernemer ben geworden heeft ook wel te maken met het nest waar je uit komt. Mijn vader had een machinefabriek in Leeuwaren, Van der Ploeg. En mijn grootvader was kruidenier. Dus ik heb van huis uit meegekregen dat risico nemen niet altijd dwaas is’, vertelt hij over zijn jeugd.

Op school was Dijkstra volgens eigen zeggen ‘een ramp’. ‘Ik had steeds moeite om woorden te herkennen. Tegenwoordig weten we dat dit dyslexie is, maar vroeger wisten ze dat niet. Dat ik dyslectisch ben, en ook ADHD heb, houdt bij mij ook in dat ik beelddenker ben, en daardoor ben ik creatief. Ook betekent het dat ik geen hoofd- en bijzaken kan onderscheiden.’

‘Ik was een drukke jongen, was tamelijk vervelend op school en kreeg vaak straf. Anderzijds was ik ook hartstikke intelligent, al is het misschien raar om dat van jezelf te zeggen. Mijn ouders vonden dat ik maar naar de MAVO moest. Dat deed ik dus. Maar ik heb nooit één boek open geslagen. Ik ben van meerdere scholen afgestuurd.’ Het leidde ertoe dat Dijksta veel thuis zat. ‘Ik hield me daar veel met computers bezig. Daar was ik voortdurend mee aan het pielen, en zo werd de basis gelegd.’

Na zijn schooltijd raadde zijn vader hem aan om eerst maar ergens in loondienst te gaan werken. Zijn eerste baas was een bedrijf in Maastricht, waar hij aan de slag kon als programmeur. In Maastricht was hij de enige Dijkstra in het telefoonboek. ‘Dat ging best goed! Al vond ik na een tijdje wel dat daar suffe beslissingen werden genomen en dat ik het zelf anders zou doen.’

Hij kreeg belangstelling voor computernetwerken, en sloot zich aan bij een Novell-gebruikersgroep, in de hoop er meer te kunnen leren. Maar het eind van het liedje was dat hij zelf tips en hulp ging geven aan andere leden van die groep. Zijn vader stimuleerde hem steeds meer om zich verder te ontwikkelen en besloot om samen met hem een bv. op te richten.

‘Voorheen was ik hacker geweest, maar toen enige tijd later hacken officieel strafbaar werd, werd het voor mij interessant om beveiligingssoftware te maken. In die tijd was internet nog één grote anarchie, en ik wilde het veiliger maken.’ Hij startte een bedrijf en besloot software te gaan verkopen. ‘Op een dag ging ik naar mijn postbus. Daar zaten maar liefst twee opdrachten in voor software van allebei 5000 gulden. ‘Wauw! Wauw! Wauw!’, dacht ik. Dat was echt een doorbraak, want ik had het werk al gedaan, en hoefde alleen maar licenties te verkopen!’.

Zijn volgende project was het ontwikkelen van software voor het delen van printers, een quick print service. Dat betekende dat mensen twintig keer sneller zouden kunnen printen dan voor die tijd. ‘Ik heb elfduizend van die producten verkocht. En dan staan je gewerkte uren niet meer in verhouding tot je inkomsten, want die overtreffen alles. Want ik kon elfduizend keer 500 gulden vragen voor mijn product, zonder dat ik er iets voor hoefde te doen.’

Vervolgens besloot hij internet aan te gaan bieden. ‘In Friesland kwam in die begintijd het internet bij Siebrand vandaan! Heel Friesland maakte gebruik van één internetaansluiting van 265 Kbit, oftewel een kwart Mb. Dat was heel veel in die tijd. Maar momenteel heeft iedereen minstens 150 Mb…’

Ook was Dijkstra de eerste in Friesland die domeinen ging registreren. Jonge lezers kunnen het zich niet voorstellen, al is het nog maar iets meer dan vijftien jaar geleden. ‘Als iemand een domeinnaam bij me bestelde dan belde ik Piet Beertema in Delft. Die regelde dat voor mij. En zo heb ik duizenden namen geregistreerd.’

‘Ik ben een thrill seeker!’

In het jaar 2000 – hij was toen acht jaar ondernemer – verkocht Dijkstra zijn bedrijf. Hij was 31 jaar, had miljoenen verdiend. En zat thuis…

‘Ik zat inderdaad thuis. Maar mijn vrienden hadden geen tijd voor mij! Op een dag werd er gebeld. Het was mijn gepensioneerde buurman, die vroeg of ik mee ging vissen…Toen bedacht ik dat ik weer iets wilde gaan doen, want ik was rusteloos en vloog tegen de muren op. Ik werd helemaal gek van het niks doen!’

Het was voor Dijkstra geen optie om in loondienst te gaan. ‘Ik ben veroordeeld om ondernemer te zijn, kan niet voor een andere ondernemer werken. Ik kan niet met een broodtrommeltje naar een baas gaan.’ En zo kwam het dat hij in het jaar 2001 een failliet bedrijfje kocht dat administratie software maakte. Hij wilde software voor het onderwijs gaan maken. Maar daarbij stond van te voren voor hem vast: het moest wel mooie software worden. En zo ontwikkelde hij schooladministratiesoftware onder de naam ‘Magister’. Ook dat werd een groot succes en werd uiteindelijk gebruikt door 850.000 scholieren en hun ouders.

Maar na acht jaar had hij dat ook gezien en in het jaar 2009 verkocht hij het. ‘Waarom ik het van de hand deed? Ik ben een thrill seeker! Ik heb een tekort aan dopamine, en dat houdt ook in dat ik geen hoofd- en bijzaken kan onderscheiden. Behalve als ik adrenaline heb. ADHD-ers zijn thrill seekers. Maar als je zoals ik met Magister, onderdeel van Schoolmaster, 80 procent van de markt hebt, dan is het geen thrill meer!’

‘Daar komt bij: ik denk echt dat ik een entrepreneur ben. En het zijn van entrepreneur is totaal iets anders dan leiding geven aan tachtig mensen. Daarvoor ben ik veel te onrustig. Ik dacht dus: we wenden de steven! Ik was er wel weer klaar mee.’

Biefstukkopieermachine

En zo kwam het dat hij in 2011 aan een volgend avontuur begon: ‘Dream team’. Dijkstra nam elf medewerkers aan. ‘Daar maakte ik eerst software voor fysiotherapie en andere bedrijven’. Toch bleek zelfs Siebrand Dijkstra niet alles in goud te kunnen veranderen. Stuiterbal Dijkstra had andere ambities dan zijn medewerkers, die gewend waren geweest om volgens het concept van uurtje-factuurtje te werken. Maar dat vond Dijkstra niet uitdagend genoeg.

‘Kijk: het belangrijkste wat ik heb geleerd is dat als je een goede kok bent, je goede biefstukken kunt verkopen. Maar daar verdien je niet meer aan dan aan een goede biefstuk. Wat ik heb ontdekt, is dat je veel meer kunt verdienen aan een ‘biefstukkopieermachine’! En dat is de hele grap van software: één keer maken, en vervolgens ongelimiteerd verkopen!’ Volgens Dijkstra zijn er twee voorwaarden om te slagen in de online industrie: je moet eerst zo bezeten met je werk bezig gaan, dat je ergens tenminste tienduizend uur werk in steekt. En vervolgens moet je zorgen dat je zo’n biefstukkopieermachine bouwt.

Siebrand Dijkstra had zeshonderd klanten en velen daarvan wilden wel apps, maar die waren voor die bedrijven veel te duur. ‘Ik broedde op iets goedkopers voor die bedrijven. Apps bouwen is namelijk noeste arbeid. Maar veel wensen zijn hetzelfde. En voor veel bedrijven is een app gewoon een vervanging voor een brochure. En daarom begon ik na te denken over aan app-cms. En ik had ook al snel een naam voor dat bedrijf: Appstra.’

AppMachine-Siebrand Dijkstra Fries

Wij in het Noorden snappen de grap van de naam Appstra – een appbouwer uit Friesland. Maar in het buitenland, en bij Apple, sloeg die grap niet aan, daar snapten ze het uiteraard niet. Bovendien kreeg Dijkstra concurrentie in de hele wereld: ook andere bedrijven wilden wel goedkope apps ontwikkelen.

‘Maar ik voel mij een softwarearchitect: ik maak mooie software, daarmee wil ik mij onderscheiden. Ik wil namelijk zo’n ontzettend mooi product maken dat het echt een ‘wanna-have’ is, iets dat je begeert. Als mensen echt iets willen hebben, dan doet het uiterlijk er erg veel toe.’

Maar volgens Dijkstra heeft hij net als veel andere programmeurs een groot onderschattingsvermogen. Hij dacht dat hij het product zoals hij dat wenste in drie maanden af zou hebben. Dat zouden twee jaar worden.

Hij veranderde de naam Appstra wel in AppMachine, want daar kon hij ook in Amerika mee aankomen. In februari 2013 op het Mobile World Congres in Barcelona, werd zijn nieuwe app-tool gepresenteerd. Dat leverde 100.000 bezoekers op aan zijn website.

Friese economie

Overigens is het wel verrassend dat Dijksta begin dit jaar 40 procent van de aandelen van AppMachine verkocht. Dat vindt hij zelf ook, maar nadat hij diverse keren was benaderd door Endurance raakte hij overtuigd van de voordelen. Endurance heeft al vier miljoen klanten, en groeit met honderdduizend per maand. Die klanten kunnen dan massaal apps bouwen met AppMachine. ‘Dankzij de samenwerking kunnen wij ons hier in Friesland lekker bezighouden met het bouwen van software, en veel andere zaken kan Endurance dan gaan doen.’

Is het niet spijtig voor de Friese economie dat zo’n prachtig bedrijf nu deels in buitenlandse handen komt, en over vier jaar vermoedelijk zelfs volledig? Het zou toch prachtig zijn als we in Noord-Nederland ook een Sillicon Valley zouden kunnen krijgen, met AppMachine in het midden?

‘Nee, dit is zeker geen slechte deal voor de Friese economie! U hoeft niet bang te zijn dat ze straks het bedrijf zullen verplaatsen naar Amerika. Dat willen ze namelijk helemaal niet! Ze zijn juist blij met Nederland. Want in Amerika is een enorme concurrentiestrijd om goed personeel, en daar loop je altijd de kans dat ze je personeel overnemen. Dat risico lopen ze in Friesland veel minder.’ Dat betekent dat AppMachine zich in Friesland gestaag verder kan ontwikkelen. En dus dat de biefstukkopieermachine van Dijkstra in Noord-Nederland blijft.

Overigens is nog steeds niet bekend hoe duur de apps van AppMachine straks gaan kosten, maar Dijkstra verwacht dat het zal liggen tussen 5 en 40 dollar per stuk. En dat betekent dat hij straks de vruchten kan plukken van zijn ploeteren, met zijn nieuwste biefstukkopieerapparaat. Om het geld is het hem niet te doen. ‘Geld is een bijproduct van mooie dingen maken.’ Daar kan hij zich de komende jaren dan ook op blijven richten. Eén ding is zeker: als nuchtere Fries met visie, zal het succes hem niet snel naar het hoofd stijgen. Want, zo zegt hij daarover: ‘Een visionair is een succesvolle dwaas…’

Tekst: Hans de Preter

Fotografie: Jan Buwalda

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tags (categorieën en branches)AppMachineSiebrand Dijkstra

Geef een reactie