‘De markt dwingt tot een reset in de beeldende kunst’

Recentelijk kwam in een onderzoek van de Nederlandse Galerie Associatie (NGA) naar voren dat de galerie- en kunsthandelwereld aan een teloorgang onderhevig is. Regionaal zijn er amper cijfers bekend, maar de ineenstorting is wel degelijk voelbaar. Ook in het Noorden. Beeldende kunstenaars zelf staan onder nog grotere druk. In het kort: economisch zwaar weer en ingrijpend overheidsbeleid slaan een diepe wond in de scheppende kunstsector. De eeuwige discussie tussen recht tegenover elkaar staande kampen sleept voort. Hoe rampzalig is die neerwaartse spiraal nu eigenlijk voor de beeldende kunstsector?

Een lastige vraag omdat het antwoord vooral afhangt van het perspectief waaruit iemand naar de kwestie kijkt. In de regel geldt dat kunstminnend Nederland met lede ogen aanziet hoe de sector uitdunt, terwijl het proces nog veel verder mag gaan wat betreft mensen die wars zijn van welke artistieke bezigheden dan ook. De visie van Hollandse schilderkunstspecialist- en kunsthandelaar Thim Muskee is zodoende opzienbarend. Hij vindt de huidige ontwikkelingen in zijn vakgebied allesbehalve zorgwekkend. Er is iets groters aan de hand dan louter het effect van economische crisis en bezuinigingen, zo denkt Muskee. ‘Ik voorzie een belangrijk kantelpunt en hoop dat deze schifting een scheiding tussen het kaf en het koren teweeg gaat brengen. Uiteindelijk moet kunst weer elitair worden’, is zijn nu al omstreden opvatting. ‘Goede kunst is bij uitstek schaars.’

De feiten

Sinds 2006 is een drietal onderzoeken uitgevoerd in opdracht van de NGA, de branchevereniging van galeriehouders in Nederland. Deze werd gefinancierd door het ministerie van OCW en het Mondriaan Fonds, het publieke stimuleringsfonds voor beeldende kunst en cultureel erfgoed. Uit het laatste en onlangs uitgebrachte marktonderzoek onder galeries enerzijds en kunstkopers anderzijds, blijkt dat de crisis ook de galeriewereld in Nederland is binnengedrongen. In 2014 telt Nederland circa 475 galeries op het gebied van hedendaagse, dat wil zeggen na 1945 vervaardigde, beeldende kunst. Dat zijn er 80 minder dan in 2010, wat zich vertaalt in een afname van 14%. Ook de omzet van galeries blijkt met 27 % achteruit gegaan.

De zakelijke markt voor hedendaagse kunst is sterk geslonken en ook particuliere kunstkopers hebben de afgelopen jaren minder uitgegeven, hoewel ze in het onderzoek zelf aangeven nog steeds even vaak kunst te kopen. Duidelijk wordt in elk geval dat de verkoopkanalen voor kunst aan het verschuiven zijn. Beurzen en online kanalen zijn belangrijker geworden. Galeries die deelnemen aan beurzen en/of hun kunstenaars op het internet goed weten te profileren met relevante informatie over de kunstwerken, de kunstenaar en de prijzen, blijken beter in staat de crisis te overleven.

Noord-Nederland

Nog een constatering in het marktonderzoek is dat er een relatief sterke teruggang van in landelijke omgeving gevestigde galeries is. Opvallend volgens de NGA is de grote verschuiving tussen 2006 en 2010 van een situering in een stedelijke omgeving naar die in een landelijke omgeving, gevolgd door een nog iets sterkere beweging in tegengestelde richting tussen 2010 en 2014. Zoomen we in op Noord-Nederland, dan lijkt er op het eerste gezicht niet zoveel aan de hand. Volgens de gegevens bij de Kamer van Koophandel tellen de drie provincies in totaal 96 geregistreerde kunsthandels- en galerieën. Zelfs negen meer dan in 2010 het geval was.

Toch geven deze data een wat vertekend beeld. Het gros van de geregistreerde galeries vallen onder de categorie ZZP. Veel van deze eenmanszaken zijn vaak kleine galerieën die nauwelijks 25.000 euro omzet per jaar draaien, weet kunsthandelaar Muskee te vertellen. Wat de werkelijke en representatieve omzet van de totale branche in het Noorden is, valt via de KvK niet te achterhalen omdat eenmanszaken niet verplicht zijn een jaarrekening te publiceren. Wel weet de KvK te vertellen dat de solvabiliteit in de afgelopen vier jaar is teruggelopen van 80 naar 73 procent, wat aangeeft dat de sector in de regio onder druk staat.

Reset

De kentering in de beeldende kunstwereld is wat Muskee betreft allesbehalve rampzalig en zelfs noodzakelijk. ‘Het was slechts een kwestie van tijd tot een natuurlijk selectieproces zou plaatsvinden. 95 procent van alle kunstenaars is namelijk volstrekt talentloos’, beweert de kunsthandelaar. ‘De afgelopen jaren heeft de middelmaat gedomineerd. Moderne hedendaagse kunst werd enorm gehypet, waardoor overal kleine galerietjes als paddenstoelen uit de grond schoten, met werk van kunstenaars die niets voorstelden. Louter B-kwaliteit. Toch werden deze schilderijen voor exorbitante prijzen verkocht. Kopers zijn de afgelopen decennia overladen met talentloze kunst, die totaal geen waardeontwikkeling kent. Vroeg of laat knapt die zeepbel, zoals dat in elke sector op den duur gebeurt. De markt dwingt tot een reset, en dat is alleen maar goed, ook voor onze regio. Al sinds De Ploeg hebben we in Noord-Nederland geen kunststroming van betekenis meer gehad.’

Zelf zegt Muskee nauwelijks last te hebben van de ‘kunstcrisis’. Een flinke dosis aan kennis en ervaring, oog voor talent, en het inslaan van nieuwe wegen, is volgens Muskee het magische trio waarmee hij al dertig jaar lang een florerende kunsthandel erop nahoudt. Daarnaast zegt hij vroeg in te hebben gezien dat de gang naar kunstbeurzen noodzakelijk is om mee te blijven doen op de landelijke en internationale markt. De kunstspecialist struint verschillende gerenommeerde kunstbeurzen af zoals Glamour Art Fair, AAF Amsterdam en Knocke in België. Wat overigens makkelijker klinkt dan het in werkelijkheid is; een galeriehouder moet eerst door de ballotage voordat hij mag participeren aan een dergelijk evenement.

De aanwezigheid op de beurzen hebben de specialist van kunststroming De Ploeg geen windeieren gelegd. Zijn omzet loopt volgens hem in de tonnen, waarmee hij marktleider is van de noordelijke regio’s. ‘Doen waar je goed in bent’, verklaart Muskee zijn bloeiende handel. ‘Ik wilde ooit zelf kunstschilder worden en had me redelijk bekwaamd in het schilderen van portretten. Maar ik zag zelf ook al snel in dat mijn werk niet goed genoeg was. Dan moet je eerlijk tegenover jezelf zijn en de knoop doorhakken. Ik was niet goed genoeg als kunstenaar, maar ben wel geboren met een oog voor goede kunst. Daar heb ik mijn vak van gemaakt.’

Middelmatige kunst

‘Mijn advies aan alle ‘kunstschilders’ die al jaren ploeteren, luidt dan ook: Stop ermee. Ga iets doen waar je blij van wordt en jezelf mee kunt onderhouden. Had je echt talent, dan was je er allang uitgefilterd door scouts die goede kunst van mijlenver herkennen. En kom nu niet met het verhaal van Van Gogh aanzetten’, voegt de kunsthandelaar gelijk aan zijn betoog toe. ‘Dat was één uitzondering. Alle andere grote meesters die wij kennen, werden bij leven geroemd om hun uitzonderlijke talent.’

Van huidige kunstacademies en diens studenten heeft hij om verwante redenen geen hoge pet op. ‘De docenten zijn vaak kunstschilders die zelf niet goed genoeg zijn en vervolgens gaan lesgeven. Het resultaat van dit systeem is dat er opnieuw middelmatige kunstenaars worden opgeleid, die er later hun vak van willen maken. Het wordt hen gelukkig al wat moeilijker gemaakt nu De Wet Werk en Inkomen Kunstenaars (WWik) is afgeschaft, maar met dergelijke speciale uitkeringen is jarenlang veel geld verkwist.’

Om die reden pleit Muskee voor een nieuwe vorm van het zeventiende-eeuwse principe van de meester-gezel-leerling. ‘Uitsluitend grote meesters als Rembrandt of Frans Hals mochten jonge talentvolle kunstschilders opleiden. Slechts zeer talentvolle nieuwelingen kwamen hiervoor in aanmerking. Een dergelijk systeem, uiteraard vertaald naar de huidige tijd, zou mijns inziens opnieuw ingevoerd moeten worden om weer oprecht goede kunstenaars te kweken.

Ploeterende kunstenaars

Wel of geen talent, wat in ieder geval blijkt uit een nog gaande onderzoek door FNV KIEM – de professionele vakvereniging die belangen behartigt van werknemers en kleine zelfstandigen in de creatieve industrie – is dat veel praktiserende beeldende kunstenaars nauwelijks rond kunnen komen van hun inkomen. Bijna de helft van hen is er in 2013 flink op achteruit gegaan. Slechts 37 procent vult gedaalde inkomsten aan met ander werk. Daarnaast blijkt uit een vorig jaar uitgevoerde enquête door FNV KIEM, Kunsten ’92 en Platform BK, dat 45 procent van de beeldende kunstenaars een winstinkomen heeft van minder dan 10.000 euro.

Moeten ploeterende kunstenaars dit als een teken aan de wand zien en elders hun heil zoeken? Bestuurder bij FNV KIEM Peter van den Bunder vindt dit te kort door de bocht. ‘Daling van inkomens van de beeldende kunstenaars is in de eerste plaats niet los te zien van een combinatie van twee belangrijke factoren: Niet alleen de Rijksoverheid, maar ook de lagere overheden zoals gemeentes, bezuinigen op kunst. Daarnaast heeft de economische crisis geleid tot minder bestedingen van bedrijven en particulieren. De vraaguitval van de overheid is dus eerder versterkt door de markt dan dat de markt de overheid heeft gecompenseerd.’

‘Verder leidt het aantal mensen dat wordt uitgedaagd hun passie te volgen en de opleidingen die daar op inspelen tot veel kunstenaars, wat weer een drukkend effect heeft op de prijzen. Die innerlijke drive bij (aspirant)kunstenaars zorgt er overigens ook voor dat zij toch doorgaan, al verdienen ze soms bitter weinig. De belangrijkste fundamentele reden waarom kunstenaars relatief weinig verdienen is denk ik het gebrek aan waardering van het publiek voor kunst en het beroep kunstenaar. De prijzen voor topkunst stijgen, waardoor het een beleggingsobject is geworden, schaars en waardevast. Maar dat heeft soms weinig te maken met waardering voor kunst zelf. Het onterechte beeld dat kunstenaars maar wat aanrotzooien, blijft hardnekkig.’

Thim Muskee voelt zich in elk geval bevestigd in zijn visie door de recent aangekondigde maatregel van Minister van OCW Jet Bussemaker om acht miljoen euro beschikbaar te maken voor toptalent in de cultuursector. De miljoenen zijn volgens een woordvoerder van het ministerie afkomstig uit het budget frictiekosten. Van de acht miljoen gaat vijf miljoen naar fondsen en ‘concrete maatregelen’, zoals het coachen van kunstenaars. Drie miljoen gaat naar kortlopende leningen met lage rente voor talenten. Met het geld kunnen ongeveer honderd talenten gebruik maken van een werkbudget van negenduizend euro per jaar. De gefinancierde talenten worden gevolgd om te kijken of de subsidie zinvol is gebleken.

Muskee: ‘Ik heb niks tegen subsidies, maar laat ze alsjeblieft naar de juiste mensen gaan. Houd niet de middelmaat in stand maar investeer in die toptalenten. Dit is ook nodig om het vertrouwen in de markt van kunst te herstellen. Te lang zijn mensen opgezadeld met pure rommel. Ze kregen slecht advies van incapabele galeriehouders en handelaren. Een groot voordeel van de kentering is dat mensen nu goed werk kunnen kopen voor relatief weinig geld. Ik adviseer kunstverzamelaars en liefhebbers dan ook nu te kopen en zich daarbij vooral te laten adviseren door een specialist. Zo kun je een werk in handen krijgen dat met het klimmen der jaren een enorme waardestijging gaat doormaken.’

Tekst: Irene Bentum

 

 

 

Geef een reactie