‘Ik ben geen directeur die iemand elke dag gaat controleren’

De tijden veranderen en dus verander je als ondernemer mee. Sinds zijn aantreden zo’n dertien jaar geleden heeft de Dokkumer Vlaggen Centrale nogal wat ontwikkelingen doorgemaakt, vertelt directeur Robert-Jan Hageman. ‘Het allerbelangrijkste wat je daarin als ondernemer kunt doen, is zo duidelijk en open mogelijk met het personeel communiceren’, daarvan is hij overtuigd. ‘Niet alleen in goede, maar juist ook in slechte tijden.’

1936: het is het jaar van de verloving van de latere koningin Juliana en prins Bernhard. Johan Demes, eigenaar van een textielzaak in Dokkum, maakte speciaal voor die gelegenheid een groot aantal simpele zwaaivlaggetjes. De vlaggetjes waren zo’n groot succes dat Demes de Dokkumer Vlaggen Centrale oprichtte. Waren het tot ongeveer de jaren zestig nog enkel landenvlaggen die in Dokkum gemaakt werden, tegenwoordig kun je het zo gek niet bedenken of de mensen van DVC weten het op doek te zetten; van bedrijfsvlaggen voor multinationals en gigantische doeken voor evenementen tot gepersonaliseerde parasols en spandoeken. ‘Tegenwoordig zijn we het enige bedrijf in Nederland dat nog zelf vlaggen zeefdrukt en die over de hele wereld verkoopt’, zegt directeur Robert-Jan Hageman niet zonder trots. ‘Maar daarnaast werken we ook met de allermodernste druktechnieken en maken we gigantisch veel gebruik van de mogelijkheden die het internet het afgelopen decennium is gaan bieden.’ Aan de ene kant is DVC dus een zeer moderne wereldspeler, maar aan de andere kant ook een ambachtelijk familiebedrijf.

Modernisering
In de ruim dertien jaar dat Hageman nu werkzaam is in Dokkum heeft hij een belangrijke rol gespeeld in de modernisering en daarmee zeer waarschijnlijk ook in het voortbestaan van DVC. Voor zijn aantreden in Dokkum deed de geboren Fries een schat aan managementervaring op bij grote multinationals als Whirlpool, Hewlett Packard en Shell. ‘Het feit dat ik vooral voor Amerikaanse bedrijven heb gewerkt, heeft duidelijk invloed gehad op mijn stijl van leidinggeven’, geeft hij aan. ‘Zakelijk Amerika is wat harder, meer “straight to the point” dan we in Nederland vaak zijn. Dat klinkt misschien niet zo leuk, maar het heeft juist ook zijn prettige kanten: men communiceert er veel en duidelijk en doet niet aan achterkamertjespolitiek. De lat wordt bijzonder hoog gelegd en van werknemers wordt verwacht dat ze hun verantwoordelijkheid nemen. Die positieve elementen heb ik bij mijn overstap naar de DVC destijds proberen mee te nemen en ik denk dat ik daar aardig in ben geslaagd.’

Toen Hageman aantrad bij de Dokkumer Vlaggen Centrale werkten er een stuk meer mensen dan er vandaag de dag op de loonlijst staan. ‘Tegenwoordig werken we met ongeveer negentig man; toen ik in dienst kwam, was dat nog bijna het dubbele’, zo rekent hij voor. ‘Het waren toen moeilijke tijden voor het bedrijf en er moest nodig gereorganiseerd worden, wilde het voortbestaan worden veiliggesteld.’ Daarbij hoorde ook een behoorlijke ontslagronde, zo zegt hij. ‘Dat zijn als directeur natuurlijk geen leuke beslissingen om te nemen, helemaal als je zoals ik helemaal niet van de botte bijl bent. Maar door zo goed mogelijk over alle ontwikkelingen en aankomende maatregen te communiceren en mensen zo snel mogelijk duidelijkheid te geven, hebben we het gelukkig allemaal netjes kunnen afhandelen, ook met de vakbonden.’

Maar alleen met het inkrimpen van het personeelsbestand was Hageman er nog niet. ‘Ik zag volop kansen voor het bedrijf, maar dan zou er ook in de processen en de betrokkenheid van de medewerkers het één en ander moeten veranderen. Ik ben daarom met iedereen binnen DVC gaan praten, van managers tot productiemedewerkers. Hen heb ik recht op de man af gevraagd wat zij dachten dat beter zou kunnen en hoe we dat voor elkaar zouden kunnen krijgen. Zo heb ik een aantal mensen om me heen weten te verzamelen die net als ik die punten op de horizon scherp voor ogen hadden.’

Opsplitsing
Inmiddels is DVC er behoorlijk bovenop gekomen, al is de economische crisis ook in Dokkum niet onopgemerkt gebleven. ‘Vlaggen en promotiemateriaal zijn typisch van die zaken waar in iets moeilijker tijden op bespaard wordt’, zo zegt hij. ‘Maar de wat minder drukke tijden hebben ons wel de gelegenheid gegeven om ervoor te zorgen dat als de markt weer aantrekt, we daar optimaal op kunnen inspringen.’ Daarmee doelt Hageman op de redelijk recent ingezette opsplitsing van het bedrijf in drie business units: het webbedrijf, de traditionele tak van DVC en de zogenoemde SignStores, waar men terecht kan voor inspiratie en advies wat betreft de aankleding van een pand of project.

‘Voorheen schoot de doorontwikkeling van het hele webgebeuren er nog weleens bij in omdat iedereen met allerlei andere zaken bezig was’, zo verklaart Hageman de keuze voor een nieuwe bedrijfsformule. ‘En daar komt bij dat niet iedereen binnen het bedrijf zich even betrokken voelt bij de internethandel. Dat klinkt misschien als een verwijt, maar dat is het zeker niet. Die werknemers zijn vaak juist wel weer erg belangrijk voor de traditionele zeefdruktak van DVC of in één van de SignStores’, aldus de directeur. ‘De internethandel moet gewoon bij je passen; je moet spoed- en haastklussen aankunnen en op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen.’

‘Op 1 januari zijn we op de nieuwe manier gaan werken en wat eigenlijk direct al bleek, is dat iedereen het erg prettig vindt. Niet alleen omdat ze zich nu kunnen focussen op iets dat hen goed ligt, maar ook omdat ze de verantwoordelijkheid hebben en voelen voor hun eigen business unit. Je merkt gewoon dat daardoor allerlei ideeën en initiatieven op gang komen.’

En voor goede ideeën zegt Hageman altijd open te staan. ‘Ik ben geen directeur die iemand elke dag gaat controleren’, zo zegt hij. ‘Ik vind het juist belangrijk om mijn mensen de vrijheid te geven zelf na te denken over hoe het beter kan met DVC. Stel je voor: ik heb een plan, maar een personeelslid is het daar niet mee eens en komt met een beter idee. Dan zal ik heus geen voet bij stuk houden enkel en alleen omdat ik de baas ben. Wat kun je je als ondernemers nog meer wensen dan werknemers die zich verantwoordelijk voelen voor hun bedrijf en dus meedenken over de toekomst?’

Tekst: Jelte Stol
Fotografie: Erik Vos

Geef een reactie