Flinc biedt zowel starters als ondernemers flinke kansen

Te vaak sneuvelen goede, innovatieve ideeën omdat startende ondernemers moeite hebben de financiering rond te krijgen. Investeerders nemen in wat moeilijker tijden immers het liefst zo weinig mogelijk risico en ook de banken zijn de afgelopen jaren niet bepaald gul geweest bij de financiering van start-ups. En dat terwijl er nogal wat kansen liggen, zowel voor start ups met een duidelijke toekomstvisie als voor betrokken investeerders die bereid zijn mee te bouwen aan de toekomst en ondertussen ook een extra centje willen verdienen. Om het beide partijen gemakkelijker te maken is sinds kort het project Flinc weer actief. Door beide partijen goed voor te bereiden en de juiste matches te maken zorgen zij ervoor dat een idee geen idee hoeft te blijven.

Flinc is een initiatief van de Kamer van Koophandel Noord-Nederland, de NOM en innovatieplatform Syntens en wordt ondersteund door de drie Noordelijke provincies. Het heeft als doel startende innovatieve ondernemers te helpen hun ideeën en bedrijven sneller van de grond te krijgen. Mensen die een idee voor een innovatief product of dienst hebben en daar graag de markt mee op willen, kunnen bij het team van Flinc terecht. Flinc helpt vervolgens met het vervolmaken van de businesscase, biedt begeleiding in onder andere de vorm van masterclasses en zorgt ervoor dat de nodige, interessante netwerken aangeboord worden, zodat er bijvoorbeeld nuttige samenwerkingen ontstaan. Uiteindelijk moet dit allemaal leiden tot een gedegen businessplan en natuurlijk een aanlokkelijke financieringsaanvraag.

Bedrijfsplan opstellen
Een groot voordeel van de manier waarop Flinc te werk gaat, is dat partijen die op zoek zijn naar een slimme investeringsmogelijkheid, deze op een presenteerblaadje krijgen aangeboden. ‘We begeleiden innovatieve starters met zaken als het opstellen van een bedrijfsplan en het optimaliseren van de presentatie daarvan’, zo zegt projectcoördinator Maarten Goddijn, die samen met Karel Bolt en Diederik Jongema het team achter Flinc vormt. ‘Vervolgens gaan we binnen ons investeerdersnetwerk op zoek naar de beste match en brengen we het eerste contact tot stand. We zorgen er dus voor dat potentiële investeerders snel kunnen beoordelen of een idee iets voor hen is.’

Tussen 2009 en 2011 was Flinc ook al actief, dus helemaal nieuw is het initiatief niet. Toch is er in vergelijking met die periode wel het een en ander veranderd. ‘Nog steeds proberen we investeerders en starters bij elkaar te brengen, maar we hebben nu te maken met een ander economisch klimaat’, zo geeft projectmanager Diederik Jongema aan. ‘Financiering vinden was voorheen ook al niet makkelijk voor startende ondernemers, maar nu een groot aantal subsidieregelingen is vervallen en banken een stuk voorzichtiger zijn geworden, is het nog lastiger geworden. Daarom richten we ons nu meer op “informal investors”, oftewel mensen die bereid zijn uit eigen vermogen een investering te doen.’

‘Wat wij doen is op een discrete manier een netwerk van informal investors opbouwen’, aldus Bolt. ‘Dat is nog best een hele klus want er ligt natuurlijk niet ergens een kaart met daarop aangegeven wie nog wat geld heeft liggen dat hij of zij bereid is te investeren als die mogelijkheid zich voordoet.’ Om toch een zo groot mogelijke vijver te hebben waarin gevist kan worden, zijn de heren van Flinc dan ook altijd op zoek naar potentiële informele investeerders. ‘Bij deze wil ik hen oproepen om zich bij ons te melden’, lacht Goddijn. ‘Er zijn in Noord-Nederland zoveel innovatieve starters met veel potentie dat betrokken investeerders altijd welkom zijn.’

Oprechte interesse
“Betrokkenheid” is een kernwoord voor Flinc. ‘Net als met de starters die zich aanmelden bij Flinc, gaan we ook met de informal investors die interesse tonen eerst om de tafel zitten’, zo geeft Jongema aan. ‘Niet iedereen wil immers overal geld in steken en eerlijk gezegd zijn we ook helemaal niet op zoek naar dergelijke investeerders; liever zien we dat mensen oprecht geïnteresseerd zijn en betrokken raken bij het bedrijf waarin ze investeren. Dat is niet alleen prettig voor degene die geld inlegt, maar ook voor de startende ondernemers. Zij moeten toch leren omgaan met het feit dat ze hun idee en toekomstige bedrijf delen met iemand anders. Dat gaat natuurlijk een stuk gemakkelijker als diegene weet waarover het gaat en bereid is zijn kennis en ervaring met je te delen.’

Om dat te bereiken, wordt er binnen de netwerken van Flinc gezocht naar de juiste combinaties van starters en investeerders en worden deze vervolgens met elkaar in contact gebracht. ‘Maar niet voordat er een goed bedrijfsplan ligt en we er zeker van zijn dat de betreffende starter goed is voorbereid’, aldus Bolt. ‘Je krijgt vaak maar één kans om je bij een investeerder te presenteren. Dan kun je er maar beter voor zorgen dat je goed voorbereid bent. Als wij daarbij kunnen helpen, doen we dat met alle plezier; het is immers in het voordeel van beide partijen als een potentiële investeerder een kant-en-klaar voorstel krijgt voorgelegd en dat is precies waar we naar streven.’

Inmiddels zijn er zo’n 120 innovatieve start-ups bij Flinc in beeld, waarvan een groot deel met raad en daad wordt bijgestaan. ‘Direct toen collega’s vernamen dat Flinc nieuw leven ingeblazen werd, werden we overspoeld met zo’n tachtig à negentig leads’, zo zegt Goddijn. ‘Blijkbaar was er de afgelopen jaren een behoorlijke prop ontstaan die in maart ineens weer losschoot.’

Tekst: Jelte Stol
Fotografie: Jan Buwalda

 

 

 

Geef een reactie