‘Kwaliteiten van het Noorden in buitenland op de kaart zetten’

Toerisme is een belangrijke bron van inkomsten in het Noorden. Jarenlang hadden we in Friesland, Drenthe en Groningen weinig te klagen. Vooral in eigen land waren er genoeg dagjesmensen die de Friese meren opgingen, Drenthe doorkruisten op de fiets of een dagje naar Groningen gingen. Maar ineens werd de noordelijke toeristische sector zich ervan bewust dat er eigenlijk maar weinig buitenlandse toeristen naar het onze regio kwamen. Het ambitieniveau lag laag, terwijl er met bijvoorbeeld een Unesco-werelderfgoed, mooie steden en met een verlengde startbaan op Groningen Airport Eelde zoveel kwaliteiten en mogelijkheden zijn. Het is dan ook niet voor niets dat de Kamer van Koophandel Noord-Nederland zich nadrukkelijk bezighoudt met het stimuleren van provincies en ondernemers om meer aandacht te hebben voor buitenlands toerisme.

‘Misschien was het een soort luiheid en ging het tot vijf jaar geleden nog redelijk goed met de noordelijke toeristische sector’, zegt Frank Gort, adviseur bij de Kamer van Koophandel (KvK). Hij leidt sinds 2010 de projectgroep die moet zorgen voor een stimulans bij provincies en ondernemers om gezamenlijk te investeren in buitenlands toerisme. ´Nu is het crisis en dan ontstaat een behoefte aan nieuwe bronnen. Er is ook veel te halen want buitenlandse toeristen hebben in de noordelijke toeristische sector maar een marktaandeel van vier procent.’

Speerpunt
Toerisme is bij de KvK Noord-Nederland altijd een belangrijk speerpunt geweest. ‘Veel ondernemers verdienen er hun brood mee. Het gaat om 55.000 banen en een jaarlijkse omzet van 2,3 miljard euro’, zegt Gort. In 2010 stelde Prof. dr. P.P. Tordoir een toekomstvisie op voor de noordelijke provincies. ‘Dat was confronterend’, zegt Gort. ‘Het bleek dat in marktbewerking veel slagen te maken zijn. We moeten ons “landsdeel” beschouwen als een soort Yellowstone park. We hebben hier het Waddenzee werelderfgoed, mooie bossen, steden en de Friese meren. Volgens Tordoir gingen we daar veel te behoudend mee om. We moesten het volgens hem beter in het buitenland gaan vertellen.’

Binnen de KvK is inmiddels een projectgroep opgezet die in samenwerking met de noordelijke provincies en de regionale marketingorganisaties aan de slag gaat om de kansen op het gebied van buitenlands toerisme in kaart te brengen en deze te gaan verzilveren. Jacqueline Lijs, die haar sporen in de toeristenbranche ruimschoots heeft verdiend, werd aangetrokken als ‘Manager International Tourism’. Zij moet de belangrijkste landen om ons heen bezoeken, kansen in kaart brengen en er met partners voor zorgen dat het marktaandeel buitenlandse toeristen stijgt.

Volgens Gort en Lijs gaat het daarbij vooral om vraaggerichte marktbewerking. ‘Je moet kennis hebben van een Italiaan en een Spanjaard’, legt Lijs uit. ‘We willen in kaart brengen welke behoeftes ze hebben en daar de producten, diensten en ook marketing op afstemmen. Een Italiaan gaat echt niet heel Drenthe doorfietsen. Maar een korte route in combinatie met een bezoek aan het Groninger Museum zou hem wel kunnen interesseren.’

FrankGort-JaquelineLeys

Verbindingen tot stand brengen
Het toerismeproject wordt geleid door de KvK, maar ze zien zichzelf vooral als stimulator. ‘Wij maken de verbindingen’, zegt Gort. ‘Maar het zijn vervolgens de marketingpartijen en de ondernemers die ermee aan de slag moeten. Zij moeten gaan ondernemen. Het project moet worden overgenomen door de markt. Wij zijn alleen maar verbinder.’

Die verbinding wordt onder andere gelegd met het Nederlands Bureau voor Toerisme & Congressen (NBTC). Zij zijn een belangrijke partij voor de KvK. ‘Zij zetten Nederland in het buitenland op de kaart’, zegt Lijs. ‘Zij hebben de ingangen en de kennis van de markt. Met een intensievere samenwerking groeit de aandacht voor het Noorden. Hoe meer je met hun optrekt, des te meer kunnen we van elkaar profiteren. Vanuit mijn eerdere functies heb ik er een goed contact en dat netwerk wil ik in dit project ten volste benutten. Het gaat vooral om lobbyen en ervoor zorgen dat je een goed PR-beleid voert. We moeten de samenwerking intensiveren, want we hebben ze absoluut nodig.’

Volgens Gort is het niet verstandig om de drie noordelijke provincies te vermarkten als aparte regio´s. ´Het gaat juist om de unieke belevenissen en door deze slim te combineren en af te stemmen op de gasten ontstaan er nieuwe interessante arrangementen. Provinciegrenzen spelen internationaal geen enkele rol. Voor buitenlanders is zelfs de afstand tussen Amsterdam en Groningen te verwaarlozen. Je kunt zeilen op de Friese meren combineren met een bezoek aan Amsterdam. Of wadlopen en daarna een middag naar de stad Groningen. Je moet er in ieder geval niet vanuit gaan dat je Amsterdam links kunt laten liggen. Het NBTC heeft een slogan: ‘Amsterdam doen, Holland zien’. Daar moeten we op inhaken. De belevenis moet centraal staan, dan bouw je een vakantie-ervaring op. Uiteindelijk hoop je dat er herhaalbezoeken komen waarbij toeristen meer van het Noorden willen zien en er zelfs speciaal voor naartoe gaan.’

Kansen
Wat in ieder geval nog een cultuuromslag teweeg brengt is dat er steeds minder wordt geboekt via touroperators.  ‘Alles gaat online, ook in het buitenland’, zegt Lijs. ‘Van een vliegticket tot een hotelovernachting. Zelfs touroperators verleggen hun focus naar het internet. Het is dus wel van belang om te weten waar een Belg of Italiaan zijn reis boekt. Ben je daar vertegenwoordigd? En kom je goed in beeld? Dat zijn zaken waar we mee aan de slag moeten.’

Ook met zakelijk toerisme willen de partijen aan de slag. ‘Er liggen hier kansen’, zegt Gort. ‘Via Eelde vlieg je hier makkelijk naartoe. Onderzocht is dat de aanwezigheid van een budget airline als Ryanair een stimulans is voor zakelijk toerisme. Er zijn verder voldoende mogelijkheden om congressen te organiseren. We kunnen dat in het Noorden prima handelen. Maar dan moeten we wel samen naar buiten treden.’

Gort en Lijs hopen dat de provincies en de ondernemers het belang van inkomend toerisme inzien en investeren in de marketingorganisaties om het Noorden op de kaart te zetten. ‘Ondernemers investeren vaak pas als ze zien dat er op beleidsniveau ook draagkracht is. Toch moeten ze zich wel alvast aanpassen. Uiteindelijk moet er vanuit de markt een soort netwerkorganisatie ontstaan voor buitenlands toerisme. Dan zijn wij in onze opdracht geslaagd’, besluit het tweetal.

Tekst: Matthijs van Houten
Fotografie: Jan Buwalda

Geef een reactie