‘Een hoofd kaalscheren blijft emotioneel zwaar’

Nog steeds vindt ze het lastig om zonder trillende handen een hoofd kaal te scheren. ‘Gelukkig maar. We hoeven hier ook geen bikkels te worden’, zegt Bertina van den Berg, die vorig jaar werd verkozen tot Zakenvrouw van het Noorden. Samen met haar echtgenoot Ino runt ze in Grou een kapsalon en beautycentrum Berino the art of beauty, waar ook vrouwen met kanker terecht kunnen voor een mooier uiterlijk.

Bertina van den Berg. 41 jaar oud. Moeder van vier kinderen. Eigenaresse – samen met haar echtgenoot Ino – van beautycentrum Berino the art of beauty en Kapsalon Bertina in Grou. Enthousiast, open, direct en ook: een bijna onophoudelijke waterval aan woorden stroomt uit haar mond. Waarbij haar Friese tongval haar geboortegrond verraadt. En als het over kankerpatiënten gaat: heel af en toe, ogenschijnlijk onbewust, een paar zinnen in het Fries. ‘Als je zonder trillende handen een hoofd van een kankerpatiënt kunt kaalscheren, wordt het tijd voor iets anders.’

Van kapster in haar geboortedorp Grou tot Zakenvrouw van het Noorden. En dat in een tijdsbestek van krap twee decennia. Het is in het kort de weg die de Friese onderneemster heeft afgelegd. De kapperszaak, ‘Bertina’, heeft ze nog steeds onder haar hoede, maar sinds zeven jaar geeft ze samen met haar echtgenoot ook leiding aan het succesvolle Berino the art of beauty. In dit beautycentrum, op het industrieterrein in Grou, kunnen vrouwen terecht voor een knipbeurt, een beautybehandeling, mooie nagels of een gebruinde huid. Wat Berino bijzonder maakt: de ‘care-afdeling’ met producten en diensten voor vrouwen met kanker of een andere ziekte. Daarbij gaat het om haarwerken, borstprotheses en speciale lingerie en badkleding voor vrouwen die een borstamputatie of een borstbesparende operatie hebben ondergaan.

Snelle carrière
De Friese onderneemster heeft graag de touwtjes in handen. ‘Zal ik maar gewoon vertellen hoe ik ooit begon?’ Terug dus naar 1992, toen Bertina op 21-jarige leeftijd in haar geboortedorp ‘Kapsalon Bertina’ opende. Dankzij een slim staaltje lokale marketing door haar vader, die SRV-man was in Grou, was de kapsalon van meet af aan een succes. Lachend: ‘Mijn vader kende natuurlijk iedereen in het dorp en vertelde iedereen die het maar horen wilde over zijn dochter die in het centrum een kapsalon had geopend. Mensen die nieuw in Grou kwamen wonen, konden op een bezoekje van mijn vader rekenen. Hij nam dan een pakje roomboter mee, een busje slagroom én een kaart voor een gratis knipbeurt bij mij.’

FOTOGRAFIE JAAP SPIEKER

De zaken liepen hierdoor zo goed dat Bertina het al na een paar maanden niet meer in haar eentje af kon en gedwongen was personeel in dienst te nemen. ‘Uiteindelijk stonden we met dertien man in een zaak die daarvoor eigenlijk te klein was. Thuis – we hadden op dat moment drie kinderen – verliep het ondertussen hectisch. Het was gewoon allemaal te druk.’ Het was Ino die op een gegeven moment met het voorstel kwam om dan ook maar een beautycentrum te openen. Samen. Waarbij hij zich zou laten omscholen en als kapper in de zaak aan de slag zou gaan. ‘Dan zou hij flexibeler zijn in de opvang van de kinderen en bovendien: de druk op de kapsalon in het centrum van Grou zou hierdoor afnemen.’

Het leek allemaal in kannen en kruiken. Op het industrieterrein werd een geschikte locatie voor het beautycentrum gevonden, Ino zou Berino gaan runnen, Bertina zou de kapsalon in het centrum blijven doen en haar ouders zouden zorgen voor de opvang van de kinderen. ‘We hadden het perfect geregeld. Tot een paar maanden later het nieuws kwam dat mijn vader ernstig ziek was en niet lang meer te leven had. Dat sloeg in als een bom. Hij was al langer ziek, maar dit hadden hadden we niet zien aankomen. Hij heeft nog twee maanden geleefd: toen is hij overleden.’

Een ingrijpende periode volgde. De plannen werden omgegooid, waarbij Bertina de dagelijkse leiding op de vloer van Berino op zich nam en Ino vooral achter de schermen actief was. Het was ook het moment dat Bertina zich begon af te vragen wat ze zou kunnen betekenen voor mensen met kanker. ‘Ik dacht: ‘wat zou ik willen als ik deze ziekte zou krijgen?’ Ik had vaak genoeg mensen in de wachtkamer gezien met pruiken waarvan ik dacht: ‘dat had zoveel mooier gekund!’

Een keerzijde is er ook. ‘Het is soms heel zwaar. Emotioneel. Er zijn klanten die de ziekte niet overleven. Nee, naar crematies gaan we niet. Dat hebben we intern zo afgesproken. Dat zou veel te zwaar worden. We sturen wel altijd een kaartje.’ Even valt ze stil. ‘Het allerergst vind ik het als het om kinderen gaat. Het zijn ook wel eens jonge meisjes die hier komen voor een haarwerkje. Dat is het allerergste.’ In het Fries: ‘Als ik zo’n jong meisje heb geholpen, ga ik daarna niet meer aan het werk.’ Onvermijdelijk is ook het afscheren van de soms laatste paar haren die een vrouw nog heeft. ‘Dat is een drama. Ik heb weleens tegen de meiden hier gezegd: ‘als je hand niet meer trilt tijdens het kaalscheren, moet je het voorlopig maar even niet meer doen. We hoeven geen bikkels te worden.’’

Zakenvrouw van het Noorden
De manier waarop Bertina vrouwen met kanker helpt, was een van de redenen waarom ze benoemd werd tot Zakenvrouw van het Noorden 2012-2013. De jury roemde haar niet alleen vanwege ‘het leveren van ondersteuning aan vrouwen in een voor hen moeilijke periode’ maar was ook enthousiast over haar ‘gedrevenheid, passie, zakelijkheid en ondernemerschap’. ‘Het was voor mij al een hele verrassing dat ik was voorgedragen’, lacht Bertina. ‘We waren op vakantie toen ik een smsje kreeg van een klant met de mededeling dat ze mij had aangemeld. ‘Wil ik dit wel?’ was mijn eerste gedachte. ‘Ik ben maar gewoon kapster, dochter van een melkboer. Bovendien: we doen het hier allemaal samen? Waarom zou alleen ik dan zo’n prijs verdienen?’ Het is het moment dat Ino, die even daarvoor binnenkwam, zich in het gesprek mengt. ‘Ik zei meteen: ‘dat moet je doen! Waarom niet?’’, haalt hij zijn woorden van vorig jaar aan. ‘Bertina is de drijvende kracht achter dit bedrijf. Ze verdient die prijs.’

De rest van het verhaal is bekend: Bertina sleepte de prijs in de wacht en mag zich een jaar lang Zakenvrouw van het Noorden noemen. ‘Die hele verdere avond voelde het alsof ik in een groot pretparadijs was beland. Het winnen van die prijs voelde als zó’n bekroning op mijn werk. En dan al die reacties, felicitaties en aandacht: het voelde fantastisch.’ De dagen die volgden zouden niet veel rustiger verlopen. ‘Op een gegeven moment wilde ik even snel naar de supermarkt. Om pannenkoekmix te kopen. Ik zei nog tegen de kinderen dat ik er met een paar minuten weer zou zijn. Pas een uur later was ik weer thuis. Ik werd door alles en iedereen aangesproken.’

En over vijf jaar? ‘Tja, waar ik dan sta? Ik ben nogal een streber. Ik wil graag de beste zijn. Geld en materie vind ik niet belangrijk. Ik hoef niet de grootste auto te hebben, maar wil wel de beste zijn. De beste op het gebied van haarwerken.’ Even valt ze stil. ‘Maar zeker niet ten koste van alles. Niet ten koste van mijn gezin, en ook niet ten koste van mijn gezondheid. Uiteindelijk is dat het allerbelangrijkste.’

Tekst: Marieke Bos
Fotografie: Jaap Spieker

1 comment

Geef een reactie